Secretariaat: Hoofdstraat 71, 7875 AB Exloo
Aan het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Borger-Odoorn Postbus 3 8975 ZG EXLOO
Exloo, 27 februari 2009
Onderwerp: Advies WMO-Raad t.a.v. de startnotitie CJG
Geacht College,
Het is de WMO-Raad bekend dat de startnotitie CJG uw instemming heeft om te dienen als basis voor een verdere ontwikkeling van het CJG. Ook de WMO-raad, m.n. de werkgroep jeugd, heeft deze notitie besproken. We willen u middels dit advies graag over onze bevindingen informeren en hopen natuurlijk nauw betrokken te worden bij de verdere ontwikkeling van het Centrum voor Jeugd en Gezin.
Algemene opmerkingen
- De WMO-Raad is blij met het feit
o dat de gemeente meer wil doen dan voldoen aan de wettelijke verplichtingen: als de opzet slaagt, wordt dit centrum echt een expertisecentrum waarin de betrokken organisaties nauw en intensief samenwerken;
o dat de doelstelling duidelijk maakt dat jeugdbeleid niet onmiddellijk ‘verengd’ wordt tot jeugdzorg;
o dat, logisch gezien de vorige constatering, preventie steeds het uitgangspunt is.
o Dat het CJG permanent bereikbaar zal zijn.
- De notitie maakt duidelijk dat gekozen wordt voor een ‘werkmodel’ waarin in samenspraak met het veld (jeugd, jeugdzorg, onderwijs) het CJG vorm moet krijgen. We begrijpen dat dit vooral bedoeld is om de betrokkenheid van dit ‘veld’ te vergroten en daarmee de, o zo belangrijke, samenwerking te bevorderen. Toch vinden we dit jammer, want daardoor missen we:
o Een duidelijke basis: missie, visie en doelstellingen;
o Een duidelijke tweedeling in de doelstelling, zoals bijvoorbeeld:
§ Maatschappelijke participatie van zowel kinderen als ouderen versterken;
§ Een zorgdoelstelling, waarin kind en ouders centraal staan en het hulpaanbod toegankelijk en bereikbaar is, met de vraag als uitgangspunt.
- Het is niet duidelijk op welke manier de gemeente haar regierol wil invullen. Blijft dit beperkt tot het bestuurlijke niveau, of is dit ook aan de orde op andere niveaus, zoals het management en de uitvoering.
- Onder het kopje uitgangspunten worden veel instellingen genoemd, met elk hun eigen autonomie. Belangrijk is wel aan te geven welke instellingen tot een zg. kerngroep gaan behoren en welke niet, of moet dat werkenderwijs duidelijk worden? Wellicht kan men met verschillende ‘schillen’ gaan werken. (zie ook onze opmerking over een overzichtelijke matrix / organogram)
- We begrijpen dat veel straks nog uitgewerkt zal worden in een algemene/ integrale beleidsnotitie jeugd. Toch is het dan juist belangrijk dat het fundament in zo’n startnotitie goed gelegd wordt.
Overige, meer op verdere uitwerking gericht,e opmerkingen
De WMO-Raad is van mening dat het uitgangspunt van jeugdbeleid “aandacht voor de gewone jeugd” dient te zijn: jongeren die goed functioneren, waar niets mee aan de hand is. De startnotitie noemt dit ook wel, maar maakt niet duidelijk aan welke maatregelen gedacht wordt om die veilige, gezonde en leerzame omgeving voor jongeren te realiseren. Wat ons betreft zouden begrippen als ‘stimulerend’ en ‘uitdagend’ ook prima in dit rijtje passen. Welke voorzieningen zijn er voor hen? Zijn alle dorpen redelijk voorzien? ( Kijk hierbij met name naar de veendorpen). Zijn er maatregelen nodig om het bestaande in stand te houden? Welke voorzieningen moeten erbij komen en waar? Welke acties worden ondernomen om er achter te komen hoe de jongeren zelf denken dat de doelstelling gehaald moet worden? Met andere woorden: ”Hoe denkt de gemeente de communicatie met jeugdigen van de grond te krijgen?” Dit is ook een speerpunt van de werkgroep jeugd binnen de WMO-Raad. Wellicht kunnen we dus nog wat aan elkaar hebben.
Opmerkingen over onderdelen van de notitie
Uit de notitie blijkt niet vanuit welke uitgangspunten de gemeente de in de nota genoemde doelstelling wil realiseren. We vinden inhoudelijke uitgangspunten noodzakelijk, omdat deze later moeten worden vertaald in concrete actiepunten. Onder de kop “uitgangspunten voor beleid” prijken nu een groot aantal organisaties die moeten zorgen voor het realiseren van de genoemde beleidsonderwerpen. Betekent dit dat de gemeente vooralsnog pragmatisch te werk gaat en uitgaande van ‘de spelers in het veld’ hoopt op een goede samenwerking onder haar regie en de coördinatie van het CJG? We betreuren dit, omdat er juist nu kansen liggen vanuit een duidelijke visie het jeugdbeleid vorm te geven. (zie ook onze algemene opmerkingen). We pleiten voor het weergeven van de gewenste structuur in de vorm van een duidelijke matrix, waarbij in één oogopslag helder is, wie zich waarmee bezig houdt en wie waarvoor verantwoordelijk is. Een ‘vertaling’ van de doelstelling naar concreet beleid, moet ons inziens inhouden dat allereerst wordt ingezet op: preventie, informatie, advies en lichte hulp. Deze aanpak kan hopelijk de behoefte aan zwaardere vormen van hulp verminderen.
- De wens tot hechte samenwerking van instellingen met een eigen autonomie stelt hoge eisen aan de deskundigheid van de coördinator. Deze zal een stevige positie moeten krijgen.
- Loketmedewerkers moeten goed geschoold zijn. Zij moeten in staat zijn zelf lichte hulp te bieden en indien nodig, deskundig naar zwaardere vormen van hulp kunnen doorverwijzen. Zij kunnen door een klantgerichte, open houding er mede voor zorgen dat het CJG laagdrempelig is.
De notitie bevat een opsomming van veel goede initiatieven. Hoewel die ongetwijfeld in een integrale nota verder zullen worden uitgewerkt, willen we er toch een aantal noemen die we heel positief waarderen.
- De voortrekkersrol die de gemeente vervult met haar zorgcoördinatie bij multiproblemgezinnen. We adviseren de ondersteuning van groepen ook na de afgesproken periode voort te zetten. De kans van terugval is heel groot en het binnenboord houden van deze mensen bespaart op termijn de samenleving veel geld.
- Veel initiatieven om door een goede registratie en warme overdracht een doorgaande lijn te realiseren, worden genoemd. Prima, dit is met recht goed preventief beleid!
o In dit verband vragen we nadrukkelijk uw aandacht voor de groep van ‘voortijdige schoolverlaters’ en jongeren, vaak licht gehandicapten, in de leeftijd van 19 – 23 jaar die tussen de wal en het schip dreigen te vallen. Er is meestal nauwelijks kans op werk. Hoe wil de gemeente haar zorgtaak en gezondheidstaak voor deze jeugdigen invullen? (zie de doelstelling). Wij adviseren u in ieder geval weerbaarheidstrainingen te organiseren, maar er moet natuurlijk ook voor perspectief worden gezorgd.
Op het CJG kunnen (potentiële) cliënten altijd een beroep doen. Gaat het CJG ook zelf initiatieven nemen richting jongeren en gezinnen, bijvoorbeeld om ongewenste ontwikkelingen te voorkomen? Als dat binnen de wetgeving mogelijk is, lijkt ons dat prima binnen preventief beleid passen. Want, waar eindigt de preventie en waar begint het curatieve bij het Centrum voor Jeugd en Gezin?
Tot slot
De notitie een goede basis om op verder te bouwen, ideeën te vertalen in inhoudelijke uitgangspunten en die weer in concrete actiepunten. Veel organisaties zijn bij het Centrum voor Jeugd en Gezin betrokken. Terecht wil de gemeente zelf de regie op zich nemen. We zijn, zoals gezegd, zeer benieuwd hoe de gemeente invulling aan haar regiefunctie wil geven
Hoogachtend,
WMO-Raad Borger-Odoorn
P.L. Arends, secretaris
BB