Aan het College van
Burgemeester en Wethouders
van de Gemeente Borger-Odoorn
Postbus 3
7875 ZG EXLOO
Borger, 23 november 2011
Onderwerp: Advies
Aanvalsplan Laaggeletterdheid
Geacht College,
Hierbij de op- en aanmerkingen / adviseringen over het
Aanvalsplan Laaggeletterdheid opgesteld door de
Werkgroep Sociaal beleid van de Wmo-raad Borger-Odoorn
Het is goed dat er na een Gemeentelijke communicatienota
aandacht wordt gevraagd en gegeven aan het probleem van
de Laaggeletterdheid. Een deel van de inwoners kan niet
of nauwelijks voldoen aan het basisprincipe van de Wmo -
mee kunnen doen aan de maatschappij. De Wmo-raad is het
geheel met u eens dat uitsluiting door Laaggeletterdheid
met kracht dient te worden tegengegaan. Het is een goede
zaak dat het Gemeentelijk beleid en uitvoering
doordesemt gaat worden van dit principe en ter
ondersteuning daarvan het Aanvalsplan tegen
Laaggeletterdheid opgesteld is.
Het plan bestaat uit een vijftal onderdelen:
1. wat wordt verstaan onder Laaggeletterdheid;
2. benoeming van de doelen die de Gemeente wil
bereiken;
3. de ambities van waaruit gewerkt zal worden;
4. de uit de ambities volgende activiteiten, gesplitst
in:
- welke op het moment
plaatsvinden
- welke in de toekomst gepland
zijn en
- de activiteiten die in de
periode 2010-2011 in uitvoering zijn;
5. het financiële kader voor de komende jaren.
-
Wij zijn het met u eens dat Laaggeletterdheid een
kwestie van definitie is. Wij missen echter de
omschrijving van het niveau waarop de Gemeente de
regie (haar verantwoordelijkheid) neemt, wat het
gewenste resultaat is en hoe dit gemeten wordt. Dit
proces geeft de Gemeente immers de kennis waar het
goed gaat en waar het beter kan. Gemeenschapsgeld
dient zo efficiënt mogelijk te worden ingezet.
Het is juist om te
benadrukken dat Laaggeletterdheid niet alleen het technisch niveau van lezen
betreft, maar ook het begrijpen en de overgang van de papiermaatschappij naar de
digitale maatschappij.Uw opsomming van
kenmerken van Laaggeletterden is een aaneenschakeling van algemeenheden en kan
stigmatiserend werken. U kunt ons inziens volstaan met de constatering dat de
Laaggeletterden van de toekomst de kinderen met een onderwijsachterstand van nu
zijn en dat er een verband bestaat tussen Laaggeletterdheid en
sociaal-economische positie en etniciteit.
-
Met de door u aangegeven
doelen kunnen wij instemmen, waarbij wij “bij het op de agenda stellen van de
Gemeente” het woord hoog willen invoegen.
Wij kunnen ons voorstellen dat niet alleen professionals
(werkzame deskundigen) maar ook gekwalificeerde
vrijwilligers met Laaggeletterdheid in aanraking kunnen
komen. Ook zij dienen hiervoor scholing te kunnen
ontvangen. De toename van het aantal ingekochte
trajecten is geen aanwijzing voor succes –zie 1- .
-
De ambities overgenomen uit het Landelijk
Aanvalsplan Laaggeletterdheid 2006-2010 hebben onze
volledige instemming. De Wmo-raad adviseert derhalve
deze concreter uit te werken.
-
Bij het uitwerken van de
ambities naar activiteiten wordt men meermalen op het verkeerde been gezet. Wij
zien het verschil niet tussen huidige activiteiten en activiteiten 2010-2011, u
dient dit duidelijker aan te geven. We adviseren u de uitgangspositie aan te
geven, concreet meetbaar en tijdsgebonden de te bereiken doelen te omschreven.
De Wmo-raad adviseert de op en aanmerkingen mee te nemen voor de komende
beleidsontwikkeling.
In uw inleiding geeft u
aan dat er een budgettaire begrenzing door de jaarlijks beschikbaar gestelde
Rijksuitkering volwasseneneducatie is en tevens geeft u bij de activiteiten aan
dat de band met het ROC Drenthe een vaste is tot eind 2012. Wij begrijpen dat u
daarna ook met andere aanbieders in zee kunt gaan. Wij adviseren u dit ook te
doen, althans zeer serieus de mogelijkheden te onderzoeken.
5
.
Het opleiden van z.g. ambassadeurs uit oud-cursisten is
een goede ontwikkeling.
Zij staan immers dicht bij toekomstige cursisten en
kunnen deze over een “drempel” helpen. Maak gebruik van
de eigen kracht van de mensen.
6. Het Drenthe-college is al jaren bezig met deze
materie.
Wij zijn benieuwd naar de ervaringen van het College en
welke adviezen zij hebben en welke middelen zij
adviseren om de toegankelijkheid te vergroten.
Communicatie dient zowel auditief als visueel te zijn.
Daar waar het kan en mogelijk is moet hierop ingespeeld
worden. De nieuwe ontvangst in het Gemeentehuis door
middel van een communicatiezuil en vriendelijke
gastvrouw zijn een stap in de goede richting. Ook het
toevoegen van pictogrammen en korte stripverhalen aan
Gemeentelijke informatie en beleidsstukken kunnen
verhelderend werken. Niet alleen de informatie van de
afdeling Sociale zaken, maar van alle afdelingen dienen
in eenvoudig Nederlands te worden herschreven.
7. Het ontwikkelen van plezier in het lezen voor de
leerlingen van de basisscholen is zeer belangrijk. Dit
vraagt een strenge regie van de Gemeente. Zij moet alle
partijen hiervoor: ouders, leerkrachten, opvang, zorg
etc. er van doordringen dat het een gezamenlijke opgave
is en niet iets is wat de ander zal doen.
8. Vooral bij het aanpakken van achterstanden dient
gebruik gemaakt te worden van vrijwilligers, de sterke
kanten van een buurt (te denken valt aan b.v. aan
leesmoeders / vaders.
9.
Gemist wordt hoe nu en in de komende tijd met al zijn
veranderingen op sociaal- en Wmo- gebied de
Laaggeletterde bereikt en geďnformeerd wordt over b.v.
de bestaande ondersteuningsmogelijkheden, minima- en
Wmo-beleid van de Gemeente welke het meedoen bevordert.
10. De notitie ‘oh een bril vergeten’ is een
helder en goed leesbaar stuk.
In het algemeen hebben wij hierover nog de volgende
vragen:
- Wat zijn de uitgangspunten van de Notitie ?
- Hoe zijn de begrote kosten opgebouwd ?Graag ontvangen
wij hiervan een specificatie.
- Hoe ziet het Aanvalsplan van het Drenthe College er
uit ?
- Hoe groot is het aantal deelnemers ?
- Wat is de uiteindelijke doelstelling ?
Wij vertrouwen erop dat u onze adviezen en op /
aanmerkingen meeneemt bij het definitieve plan en
ontvangen graag de antwoorden op de door ons gestelde
vragen.
Met vriendelijke groet
Wmo-raad Borger-Odoorn