Terug


Secretariaat: p/a de Linden 1, 7871 PD Klijndijk
 

Aan het College van Burgemeester en Wethouders
van de gemeente Borger-Odoorn
Postbus 3
6875 ZG EXLOO

Klijndijk, 14 april 2010

Onderwerp: advies inzake visie en werkwijze OGGz in Zuidoost Drenthe

Geacht College,

Naar aanleiding van uw adviesaanvraag d.d. 23 februari j.l.  heeft de Wmo-raad Borger-Odoorn de visie en werkwijze op de OGGz in Zuidoost Drenthe besproken. Deze visie werd gepresenteerd in een bijeenkomst van de gezamenlijke Wmo-raden van Coevorden, Emmen en Borger-Odoorn op 18 februari j.l.

De aangeboden visie en werkwijze is –naar onze mening- een momentopname.
De OGGz-netwerken zijn gestart door een aantal zeer betrokken behandelaars die elkaar in het “veld” gevonden hadden en van hun werkgevers de vrijheid kregen om eens op een andere manier naar complexe probleemsituaties te kijken.

Soms komen mensen door hun gedrag zo in de problemen dat zij de regie over hun leven dreigen te verliezen. Zij worden zich zelf en vaak ook anderen tot een last. De vrijheid die onze maatschappij hen biedt werkt niet in hun voordeel.                                

Sinds 2007 valt de hulp aan deze groep mensen binnen het kader van de Wmo en dus binnen de verantwoordelijkheid van de gemeente (de prestatievelden 7,8,en 9)[1] Het verdient aanbeveling om aan het begin van de “visie en werkwijze” even aan te geven welke doelgroep bedoeld wordt, bv zoals in de voetnoot is aangegeven.

De OGGz-stuurgroepen van de drie gemeenten hebben elkaar gevonden en onder verantwoordelijkheid van de gemeente Emmen is een visie en werkwijze ontwikkeld. 
Deze visie beschrijft een zeer complexe en moeilijke vorm van hulpverlening aan mensen die in hun existentie bedreigd worden.

De huidige stand van zaken mag een dynamisch concept genoemd  worden. Het spreekt de Wmo-raad zeer aan dat in de visie en werkwijze het voortschrijdend inzicht leidend is en alle vrijheid geeft om in probleemgevallen pragmatisch te reageren. Het gaat immers om mensen en niet om protocollen.
Het verdient aanbeveling meer specifiek te benoemen hoe het interventie netwerk te werk gaat daar waar het gezinnen betreft met kinderen .Er wordt op bladzijde 12 bij het kopje “opstellen plan van aanpak” genoemd dat er instanties betrokken kunnen zijn bij een cliënt die geen zitting hebben in het OGGz-netwerk. Genoemd worden dan o.a. de Jeugdzorg of een voogdijvereniging.  Er zou vervolgens gekozen kunnen worden voor “aanschuiven van betrokken instellingen” of het beleggen van een aparte zorgconferentie. We vinden deze aanpak wat onduidelijk en het werkt te traag. 
Wij zouden er voor willen pleiten, daar wanneer het om kinderen gaat, toch te kiezen voor een soort protocol. Het is van groot belang immers om in een zo vroeg mogelijk stadium te checken of het kind bekend is bij het Meldpunt Kindermishandeling. Daarmee voorkom je dat er in kort bestek eerst iemand uit het netwerk contact zoekt met het gezin en daarna of daarvoor iemand van het AMK. Dat is verwarrend en contraproductief. Belangrijk is het om in een zo vroeg mogelijk stadium af te stemmen en samen te werken.

Wij merken tevens op dat niet of nauwelijks het onderwerp crisisopvang wordt genoemd of uitgewerkt. Wij vinden het wel een verplichting van de drie samenwerkende gemeenten om in deze wel de ontwikkeling aan te geven.

In de notitie staat genoemd dat de onafhankelijke voorzitter “het er eigenlijk maar bij doet”. Wij pleiten voor een uitbreiding van de functie naar 1fte. Op deze manier kan er maximaal aandacht voor de organisatie gegenereerd worden.

Op pagina 10 worden een aantal zaken betreffende de stuurgroep genoemd. Er is ons niet duidelijk aan wie de stuurgroep verantwoording schuldig is en wat de bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de stuurgroep zelf zijn. Wat heeft zij bv te zeggen over de personele invulling (voorzitter). Er worden in de notitie een aantal aanzetten gedaan welke verder dienen te worden uitgewerkt. Is dit de taak van de stuurgroep?

Hoe is de toegang tot de netwerken geregeld? Kan elke zorgaanbieder meedoen, cq toegang verkrijgen. Zo missen wij node de huisartsen als eerstelijns verantwoordelijken.

In hoofdstuk 1 onder het kopje “implementatie” gaat het over instrumenten ten dienste van de professionalisering. Het woordje kunnen zou ons inziens vervangen moeten worden door zullen.

In hoofdstuk 2 onder het kopje “het netwerk werkt interdisciplinair”worden de begrippen interdisciplinair en multidisciplinair genoemd. Deze begrippen behoeven verdere uitwerking. Het proces om tot deze werkwijzen te komen is niet eenvoudig. Wij verwachten bij de eerstvolgende evaluatie / visiebijstelling hierover verder geďnformeerd te worden.

Vanuit cliëntenperspectief verwachten wij dat op kort termijn gebruik gemaakt gaat worden van ervaringsdeskundigen[2]. Deze moeten een plaats krijgen in het netwerk.

De visie en werkwijze kan moeilijk beschouwd worden als een beleidsdocument, wel als een belangrijke aanzet tot het ontwikkelen van beleid zoals in de adviesaanvraag ook indirect is aangegeven.

De Wmo-raad is zeer te spreken over deze ontwikkeling en wil graag via rapportage en evaluatie op de hoogte gehouden worden en nodigt het College uit om te komen tot het formuleren van een beleidsplan. Hierover zal de Wmo-raad haar advies te zijner tijd graag willen geven.

Met vriendelijke groet,
Wmo-raad Borger-Odoorn

 

C. Hogenkamp, voorzitter

 

[1] Maatschappelijke opvang omvat activiteiten bestaande uit het tijdelijk bieden van onderdak, begeleiding, informatie en advies aan personen die, door een of meerdere problemen, al dan niet gedwongen de thuissituatie hebben verlaten en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving (pv 7). Onder het bieden van openbare geestelijke gezondheidszorg wordt nagenoeg hetzelfde verstaan als hetgeen in de Wet collectieve preventie volksgezondheid nu hieronder wordt verstaan (pv 8).  Ambulante verslavingszorg doelt op activiteiten bestaande uit ambulante hulpverlening, gericht op verslavingsproblemen, en preventie van verslavingsproblemen, inclusief activiteiten in het kader van overlastbestrijding van overlast door verslaving (pv 9).

[2] Ervaringsdeskundigen zijn cliënten die behandeld zijn, evt opgenomen geweest zijn en die de door hun opgedane ervaringen middels scholing zo over kunnen brengen dat anderen er hun voordeel mee kunnen doen.
 

 Terug
 

BB