Aan het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Borger-Odoorn Postbus 3 6875 ZG EXLOO
Exloo, 9 januari 2010
Onderwerp: standpunt Wmo-raad in discussie toekomst OPO
Geacht College,
Tot nu toe heeft de Wmo-raad zich niet gemengd in de discussie over de toekomst van het Openbaar Primair Onderwijs in de gemeente. Onderwijs is immers geen direct aandachtsgebied voor de Wmo-raad. Onderwijs is echter wel, en terecht, een belangrijk onderwerp in de discussie over leefbaarheid. Op de thema-avonden die de Wmo-raad over leefbaarheid heeft georganiseerd, komt steeds naar voren hoe essentieel de bewoners een school in hun dorp vinden. Wij hebben u op diverse momenten, bv. in het advies over de toekomstvisie, hierover geďnformeerd. Vanuit deze betrokkenheid en onze bezorgdheid over de leefbaarheid in de kleine dorpen schrijven we u deze brief.
De geluiden die we horen in de kleine dorpen, met name de dorpen waar de school op termijn gesloten dreigt te worden, wijzen op een toenemende onvrede over de manier waarop de discussie tot nu toe gevoerd is. Het willen maken van een keuze voor een scenario op zo’n korte termijn roept irritatie op. Er leven veel vragen bij de mensen. Is er wel een grondige analyse gemaakt van de oorzaken van de ontstane problemen? Zijn er echt geen andere mogelijkheden dan de voorgestelde scenario’s? Waarom is de discussie tot nu toe vrijwel uitsluitend over financiën en structuren gegaan en niet over de kwaliteit van het onderwijs en de leefbaarheid van de dorpen? Grijpt het gemeentebestuur deze situatie aan om een door hen gewenste onderwijsstructuur er versneld ‘door te drukken’?
De Wmo-raad kan deze gevoelens van onvrede begrijpen. Ook wij zitten nog met veel vragen. De onderbouwing van een aantal gepresenteerde gegevens in de notitie Scholenbestand overtuigt ons lang niet altijd. Natuurlijk, de financiën moeten op orde worden gebracht. Dat dient snel te gebeuren; ja, wel snel, maar niet overhaast. We zullen ons in dit schrijven vanzelfsprekend beperken tot onderwerpen die van belang zijn voor het voortbestaan van scholen in de kleine dorpen. Genoemde notitie roept bij ons enige vragen op.
- In het overzicht “personeel in 2013” komt u tot een gemiddelde personeelslast per fte, die circa € 5500 hoger ligt dan het landelijk gemiddelde. Hoe kan dat?
o We weten dat het rijk bij de personeelsbekostiging uitgaat van het gemiddelde. Toch is dit gat wel heel erg hoog. U beschikt ongetwijfeld over de kengetallen.
Wij zijn benieuwd naar het landelijk gemiddelde 50+’ers en het percentage in onze gemeente. Is dit percentage, na ontslag van een aantal jongeren aan het eind van de vorige cursus, hoger geworden?
o Hebben uw gegevens alleen betrekking op onderwijsgevenden, of op alle mensen die voor het OPO werken, dus ook het onderwijsbureau?
o Is het boventallige personeel in deze cijfers verwerkt?
- U stelt terecht dat het management niet buiten schot kan blijven. Wat zijn de kengetallen voor een reële overhead bij besturen in een vergelijkbare situatie als het OPO?
o Navraag bij diverse besturen in den lande leert dat de formatie van directeuren en met name van de bestuurscommissie in onze gemeente bijzonder ruim is.
- Wij kunnen ons niet voorstellen dat de scholensituatie van het OPO in Borger-Odoorn uniek is in den lande. Hoe kan het dan dat onze gemeente zulke tekorten heeft en andere vergelijkbare plattelandsgemeenten niet?
o U stelt in uw notitie dat de middelen die het Rijk verstrekt voor onze gemeente niet toereikend zijn om op alle scholen kwalitatief goed en eigentijds onderwijs te verzorgen. Blijkt uit de resultaten van gemeenten in vergelijkbare situaties, die wel de tering naar de nering hebben gezet, dat dit met de beschikbare middelen niet lukt? Ons is niet bekend, dat er meer gemeenten zijn, die het plan hebben scholen met een leerlingenaantal (ruim) boven de landelijke opheffingsnorm, te sluiten.
- Onderwijskundige en pedagogische argumenten die gebruikt worden om de voordelen van grote scholen te benadrukken zijn vaak omkeerbaar. Het hangt van het kind af met welke onderwijskundige situatie dit het meest gebaat is. Dat de kwaliteit van het onderwijs in de klas staat of valt met de leerkracht, met diens betrokkenheid, enthousiasme, deskundigheid en organisatievermogen, zal ongetwijfeld ook voor u een open deur zijn.
Natuurlijk ziet de Wmo-raad ook dat er bij doorzettende krimp iets moet gebeuren. Natuurlijk weten wij dat werken met verschillende groepen in een lokaal veel van de leerkracht vergt. Natuurlijk begrijpen we dat je de dingen niet op hun beloop moet laten. Met deze notitie pleiten we voor een nog grondiger analyse van de ontstane situatie. We pleiten voor een grondige oriëntatie bij gemeenten in dezelfde situatie. Dat een aantal raadsleden dit van plan zijn (bezoek aan De Wolden) juichen we daarom ook toe. Realiseer u wat voor een impact sluiten van een school voor de leefbaarheid van een dorp kan hebben! Wij hopen dat u de dorpsbewoners waar mogelijk bij de discussie wilt betrekken. Op veel kleine scholen zijn de lijntjes tussen ouders en school erg kort en gáán de ouders voor hun school. Wij vermoeden dat een dorp heel wat wil bijdragen om de school in het dorp, als die een reële bestaansmogelijkheid heeft, overeind te houden. Investeren in een dialoog met de betrokkenen zal ongetwijfeld tot meer wederzijds begrip leiden. En, u weet, het hart van de Wmo is uiteindelijk de burgerparticipatie!
We hopen dat u de Gemeenteraad wilt voorstellen besluitvorming uit te stellen tot er nader onderzoek is gedaan.
We zien met belangstelling uit naar uw antwoord.
Met vriendelijke groet,
P.L. Arends, secr. Wmo-raad Borger-Odoorn
BB